Station Enschede

Locatie Stationsplein 1-33
Architect H.G.J. Schelling / IAA
Architectenbureau - / IAA Architecten, Enschede
Bekend van Architect NS Stations / Grolsch Veste, Saxion
Jaar 1950 / 2000
Bouwstijl Functionalisme / Rationalisme
Opdrachtgever N.V. Nederlandse Spoorwegen / NS Stations Oost
Bijzonderheden Gemeentelijk monument

Op 1 juli 1866 werd in Enschede een treinstation geopend, langs de zogenaamde ‘staatsspoorlijn D’ van Zutphen naar Gronau. Dit station ten westen van het stadscentrum, langs de Hengelosestraat. Na de oorlog werd dit station vanwege de ligging buiten het centrum afgebroken en vervangen door een nieuw station, zo’n 600 meter dichter bij het centrum. Het nieuwe station werd gebouwd naar een ontwerp van architect H.G.J. Schelling en is in 1950 geopend.

Het lage en langgerekte stationsgebouw is een samenspel tussen de sobere rechtlijnigheid van het Nieuwe Bouwen en de rijke ornamentatie van het Neoclassicisme. Het is een functionalistisch gebouw, samengesteld uit geprefabriceerde betonelementen en met grote glaspuien en opengewerkte wanden en plafonds. Opmerkelijk is de samenstelling van de prefab betonelementen. Hiervoor is het vermalen puin van door oorlogsgeweld verwoeste gebouwen gebruikt. Brede bordestrappen, luifels op klassieke zuilenrijen en vele sierbetonelementen geven het gebouw allure. Een opvallend element is de slanke opengewerkte toren met stationsklok, waarin de schoorsteen van de centrale verwarming is geplaatst. Het hele complex is opgebouwd uit modules van 5,25 bij 5,25 meter. De ontvangsthal werd door Schelling gezien als de belangrijkste ruimte en kenmerkt zich door openheid.

Het busstation was aanvankelijk gesitueerd aan de voorzijde van het station, maar werd in de jaren ’70 verplaatst naar de zijkant. Dit leidde ertoe dat de zijingang aan de zuidzijde meer werd gebruikt dan de officiële hoofdingang aan de westzijde. In 2000 is het station verbouwd naar een ontwerp van IAA Architecten. Hierbij is de zijingang vervangen door een nieuwe ingang. Via een ruime trap, met daarboven een schijnbaar zwevende luifel, komt de reiziger direct binnen in de ontvangsthal. De verbouwing is gedaan met groot respect voor het ontwerp van Schelling en de bijzondere ruimteopbouw van het station is zoveel mogelijk gehandhaafd.

Het station werd door Schelling ontworpen als een mix tussen een kopstation en een parallelstation. Dit omdat de Nederlandse treindiensten in Enschede eindigden, maar er ook een internationale trein vanuit Zutphen via Enschede naar Gronau reed. Deze dienst werd echter in 1980 opgeheven, waardoor het station enkel nog de functie van kopstation had. Sinds 2001 is de treindienst naar Gronau weer actief, maar enkel vanaf Enschede omdat de spoorbeveiligingssystemen van Nederland en Duitsland niet op elkaar aansluiten. Hierdoor is het station een dubbel kopstation geworden.

Het station van Enschede was het eerste in een reeks door Schelling ontworpen stations. In navolging ontwierp hij onder meer de stations van Hengelo (1951), Zutphen (1952) en Arnhem (1954). Evenals het station in Enschede worden deze stations gekenmerkt door het gebruik van beton en zuilen.