Spinnerij Van Heek Noorderhagen

Locatie Parallelweg 102-188
Architect Spinnerij: Sidney Stott, uitvoerend architect: G.E. van der Meer / Pakhuis: G. Beltman / Verbouwing: Sake de Boer
Bekend van Stott: Engelse fabrieksarchitect / Beltman: Architectenfamilie uit Enschede
Jaar 1897 / 1892
Bouwstijl Neoclassicisme, stijleclectisch
Opdrachtgever Van Heek & Co
Bijzonderheden Rijksmonument

In 1850 werd de stoommachine geïntroduceerd in de Enschedese fabrieken. Deze technologische vooruitgang veroorzaakte een explosieve groei van de textielindustrie. In hoog tempo werd de stad bebouwd met fabrieksgebouwen van firma’s als Van Heek, Menko, Ter Kuile en Jannink. Na de neergang van de industrie in de jaren ’60 kwamen deze fabrieken leeg te staan. Tientallen complexen zijn in de jaren erna gesloopt, slechts enkele gebouwen herinneren aan de ooit bloeiende textielindustrie. Één van de resterende fabrieksgebouwen is de voormalige spinnerij van Van Heek & Co aan het Noorderhagen. Het gebouw was onderdeel van een enorm complex langs het spoor, dat decennia lang als het epicentrum van de Twentse Textielindustrie gold.

De spinnerij van Van Heek stamt uit 1897 en is ontworpen door architect Sidney Stott, afkomstig uit Lancashire, het centrum van de Engelse textielindustrie. Het gebouw is een typisch Engelse spinnerij van vijf bouwlagen met een plat dak en een sprinklertoren. De spinnerij bood plaats aan 20.000 spillen en werd gebouwd tegen een in 1864 gebouwde spinnerij en weverij. In 1985 is de spinnerij verbouwd tot appartementencomplex en werden de spinnerij en weverij afgebroken. De muren zijn op deze plaatsten voorzien van een grijze stuclaag. Het gebouw is opgetrokken in baksteen en de noord-, oost-, en zuidgevel zijn sober gedetailleerd. Onder de dakrand is siermetselwerk aangebracht en de hoeklisenen zijn licht verhoogd. De gevels zijn voorzien van grijze banden, de zogenaamde ‘speklagen’. Boven de vensters met roedenverdeling zijn de bakstenen verticaal geplaatst, met aan weerszijden een aanzetsteen en in het midden een sluitsteen. Tegen de westgevel is de sprinklertoren geplaatst, met siermetselwerk in reliëf. Opvallend aan deze gevel is de aanbouw van drie bouwlagen met een wolfsdak en klassieke elementen zoals frontons.

Naast de spinnerij staat het pakhuis dat in 1892 is gebouwd naar een ontwerp van de Enschedese fabrieksarchitect G. Beltman. Dit bakstenen pakhuis telt eveneens vijf bouwlagen en is opgetrokken in een sobere, neoclassicistische stijl. De vensters zijn voorzien van een stenen dorpel en in de bovenlichten zijn blauwe platen geplaatst. Opvallend aan de gevels zijn de witte ronde muurankers. Tegen de westgevel is een brandtrap geplaatst. Evenals de spinnerij is het pakhuis verbouwd tot appartementencomplex, beide naar een ontwerp van architect Sake de Boer.