Landgoed De Eekhof

Locatie Hengelosestraat 751
Architect W. van de Leck / Tuinontwerp: D.F. Tersteeg
Bekend van Ontwierp verschillende Twentse landhuizen
Jaar 1931 / tuin 1932
Bouwstijl Engelse landhuisstijl
Opdrachtgever N.G. Van Heek
Bijzonderheden Landhuis: gemeentelijk monument / Tuin: rijksmonument

Landgoed De Eekhof ligt net buiten de bebouwde kom van Enschede, aan de noordwest zijde van de stad. Het landhuis met de omliggende tuin is een goed voorbeeld van een Twentse buitenplaats zoals die begin 20e eeuw werden aangelegd door de rijke industriëlen. De villa werd in 1931 gebouwd door N.G. Van Heek naar een ontwerp van architect W. van de Leck. De tuin werd een jaar later aangelegd naar ontwerp van D.F. Tersteeg.

Het landhuis is opgetrokken in Engelse landschapsstijl en heeft karakteristieke witte gevels onder een met gekleurde pannen belegd schilddak. De sobere topgevels worden doorbroken door geometrische lijnen en zijn voorzien van vensters met houten kozijnen en een roedenverdeling. De grote kap is voorzien van dakkapellen en op verschillende punten zijn erkers geplaatst. De villa zoals ontworpen door Van de Leck had een totaaloppervlakte van ruim 200 vierkante meter. Centraal in het huis werd de hal gepositioneerd met toegang tot de belangrijkste vertrekken. Aan de westzijde bevond zich de royale woonkamer met naastliggende ‘heerkamer’, beide voorzien van een erker. De woonkamer gaf toegang tot het buitenterras. Aan de oostzijde bevonden zich de eetkamer, keuken met bijkeuken en een inpandige garage. Op de eerste verdieping werden aan de westzijde de hoofdslaapkamer met garderobe, kleedkamertje en badkamer gerealiseerd en aan de oostzijde een tweede slaapkamer, logeerkamer en tweede badkamer. Ook werd er gedacht aan bergruimte voor koffers en een werkkast. Op de zolderverdieping bevond zich de bodekamer. In de jaren ’80 zijn renovatie en restauratiewerkzaamheden uitgevoerd, waarbij het oorspronkelijk ontwerp herkenbaar is gebleven.

De tuin zoals deze werd aangelegd in 1932 is vrijwel ongewijzigd gebleven. Hiermee is het een zeldzaam voorbeeld van de voor die tijd populaire architectonisch tuinstijl. Kenmerkende zijn de symmetrieassen, hoogteverschillen en gemetselde elementen. Tuinarchitect Tersteeg integreerde de tuin in het Twentse landschap door aan de westzijde de heide te handhaven. Een drassige plek werd tot zwemvijver omgevormd. De overige heide werd gebruikt als weiland en bouwland en voor de aanleg van een moestuin en boomgaard.