De Brack

Locatie De Braakweg 140-141
Architect J.D.G. Balder (verbouwing 1938)
Jaar ca. 1920, 1938 verbouwd / Koetshuis 1884
Opdrachtgever Tattersall & Holdsworth Machinefabrieken en Magazijnen “de Globe”
Bijzonderheden Gemeentelijk monument

Tussen Enschede en Lonneker liggen verschillende fraaie landhuizen en boerderijen verspreid over het landschap. Aan de Braakweg ligt de grote boerderij “De Brack”, die qua typologie sterk afwijkt van de traditionele Twentse boerderijen. De voorheen eenvoudige boerderij werd in 1938 verbouwd tot een zogenaamde “T-boerderij”, naar ontwerp van architect J.D.G. Balder. Deze verbouwing geschiedde in opdracht van de machinefabrikant Tattersall & Holdsworth.

De Brack is een zogenaamde “T-boerderij”, een boerderij met een groot woongedeelte voorzien van een brede voorgevel met daarachter een schuur in de lengterichting. Dit boerderijtype werd gedurende de 18e eeuw ontwikkeld in de Betuwe vanuit het hallehuis en ontstond onder invloed van de stedelijke cultuur. Later waaide dit boerderijtype over naar andere streken in Nederland. Het voorhuis van De Brack telt twee bouwlagen onder een schilddak en is opgetrokken in rode baksteen. De voorgevel heeft een geveltop met een rond venster. Rechts bevindt zich een aangebouwd portiek onder schilddak met daarin de entree. Aan de linkergevel is een erker onder schilddak geplaatst. De vensters onder gemetselde segmentbogen hebben aan weerszijden groenwitte luiken. De schuur onder een geknikt zadeldak heeft aan de rechterkant een doorlopend dakschild op ijzeren palen. Aan de linkerzijde is een veranda aangebouwd. In de achtergevel zijn halfronde deeldeuren en getoogde vensters geplaatst, met in de topgevel drie ronde vensters. De voormalige boerderij is nu in zijn geheel in gebruik als woonhuis.

Tegenover de boerderij ligt een historisch koetshuis dat in 1884 werd gebouwd in opdracht van Tattersall & Holdsworth. Oorspronkelijk vormden de boerderij en het koetshuis een ensemble. Het koetshuis staat eveneens op een T-vormige grondslag en is opgetrokken in baksteen onder zadeldaken met Hollandse pannen. Het wordt gekarakteriseerd door de brede gepleisterde, blinde segmentboog arcaden. In de voorgevel en zijgevels zijn getoogde vensters met een roedenverdeling geplaatst, in de zijgevels entreepartijen en jaartalstenen. Aan de achterzijde bevinden zich de stallen, aan de voorzijde het inrijdgedeelte voor de koetsen. Het voormalig koetshuis is nu in gebruik als schuur.