Jannink

Locatie Haaksbergerstraat 147
Architect S. Stott / Sake de Boer
Architectenbureau - / De boer-De Witte Architecten Enschede
Jaar 1900 / 1975
Bouwstijl Neoclassicisme, stijleclectisch
Opdrachtgever Firma Gerhard Jannink & Zn.
Bijzonderheden Rijksmonument / Industrieel Erfgoed
De katoenspinnerij Jannink & Zn. werd rond 1800 opgericht en groeide uit tot één van de grootste bedrijven in de Twentse textielindustrie. De fabriek was gehuisvest op een terrein tussen de Zuiderhagen en de Beltstraat, maar rond 1900 werd dit te klein en werd een terrein aan de Haaksbergerstraat aangekocht. De Engelse architect S. Stott kreeg de opdracht om een ontwerp te maken voor een nieuwe fabriek, met een weverij, sterkerij, machinekamer, ketelhuis en spinnerij.

Engeland was eind 19e eeuw voorloper in de ontwikkeling van grootschalige industrieën en het gebruik van stoommachines. Rond 1900 reisden verschillende Twentse textielfabrikanten af naar Lancashire om daar de fabrieken te bekijken. Onder hen was Gerhard Jannink, die zeer onder de indruk raakte van de moderne technieken. Hij besloot eenzelfde type fabriek te laten bouwen als hij in Engeland had gezien en verstrekte dientengevolge de opdracht voor het ontwerpen van een nieuwe fabriek niet aan zijn huisarchitect H. Reijgers, maar aan de Engelse architect Stott.  

De voormalige spinnerij bestaat uit twee haaks op elkaar geplaatste bouwvolumes van twee en drie verdiepingen, met op de snijlijn een toren. De derde bouwlaag op de oostelijke vleugel werd kort na oplevering bijgebouwd. Het gebouw is opgetrokken in donkere steen en heeft stijleclectische detailleringen. De gevels hebben een regelmatige indeling in traveeën met twee of drie ramen, die worden gescheiden door uitspringende bakstenen lijsten. De hoekpunten van de spinnerij hebben een krulvormige bekroning, die terugkomt op de toren en op de muur van de weverij. De toren was representatief voor de rijkdom van de firma Jannink en werd daarom rijk gedecoreerd. De bovenste bouwlagen zijn versierd met een beige geschilderde natuurstenen omlijsting en de vier zijden worden bekroond met geveltoppen, met een roosvenster en een natuurstenen pinakel. Het schilddak is belegd met leien en afgezet met een gietijzeren balustrade. Aan de achterzijde van het gebouw bevinden zich het machinehuis en de schoorsteen. 

Twee houten deuren geven toegang tot de toren, waarin een ontvangsthal, lifttoren, trappenhuis, sprinklerinstallatie en waterreservoir werden ondergebracht. Ook de aandrijving van de weefmachines werd gesitueerd in de toren. In de vleugels aan weerszijden van de toren werden de spin- en voorbewerkingafdelingen ondergebracht, en ook enkele kantoorruimtes. 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte de fabriek door een bombardement zwaar beschadigd. Het ineenstorten van de textielindustrie leidde er toe dat de firma Jannink in 1967 de fabriek moest sluiten. Enkel de spinnerij, fabriekspijp en een deel van de weverijmuur resteerden, deze zijn als monument bewaard gebleven. In 1975 is de spinnerij gerenoveerd en verbouwd tot een museum en appartementencomplex, naar een ontwerp van architect Sake de Boer. De begane grond bood plaats aan het Textielmuseum Jannink, dat in 2008 fuseerde tot museum TwentseWelle en sindsdien huisvest in het Rozendaal. Op de eerste en tweede verdieping zijn langs de gevels wooneenheden gesitueerd, met in het midden een groot binnenplein. Bij deze verbouwing is het dak van de fabriek doorgebroken, maar verder is aan het gebouw weinig veranderd.