Hölterhof

Locatie Holterhofweg 325
Architect Samuel de Clercq
Jaar 1913
Bouwstijl Invloeden van Amsterdamse School en Tudor-landhuisstijl
Opdrachtgever N.G. Jannink
Bijzonderheden Rijksmonument
Het landhuis Hölterhof is in 1913 gebouwd in opdracht van N.G. Jannink, als zomerverblijf voor de textielfabrikantenfamilie Jannink. Het huis is in twee fases gebouwd en ontworpen door architect Samuel de Clercq. 

De Clercq (1876-1962) was afkomstig uit een voorname Friese familie, studeerde bouwkunde aan de Polytechnische School in Delft en had een architectenbureau in Den Haag. Tot 1917 heeft hij voornamelijk villa’s ontworpen, waarvan het landhuis ‘Holterhöf’ er één is. Zijn ontwerpen vertonen invloeden van de expressieve bouwstijl van Hendrik Petrus Berlage en worden gekenmerkt door speelse elementen uit de Tudor-landhuisstijl. De Tudorstijl was de gangbare stijl in de Engelse architectuur in de 15e en 16e eeuw en is vernoemd naar het vorstenhuis Tudor, dat regeerde van 1485 tot 1603. In de 19e eeuw werden elementen uit deze architectuur toegepast in de Engelse landhuisarchitectuur. De stijl kenmerkt zich door in metselwerk uitgevoerde versieringen als bogen, trapgevels en pinakels en rijkelijk gedecoreerde interieurs.

Aanvankelijk was het landhuis sober van vorm, met gestuukte gevels, met houten latten bedekte topgevels, vensters met roedenverdeling, een rieten kap, kleine dakkapellen en twee schoorstenen. Het huis had een vlinderplattegrond en was symmetrisch van opzet, met aan de linkervleugel een eenvoudige uitbouw waarin zich de bijkeuken bevond. Centraal gelegen bevond zich de entree en een royale open hal, met toegang tot het terras. In de linkervleugel bevonden zich een royale kinderkamer, het dienskamertje en de keuken met bijkeuken. In de rechtervleugel de woonkamer, het toilet en de traphal. Op de eerste verdieping werden drie slaapkamers, een studeerkamer en een badkamer gerealiseerd. De zolderverdieping bood plaats aan de dienstbodekamers. In 1914 werd rond het huis een park aangelegd, naar ontwerp van P.H. Wattez. 

In 1925 werd het huis fors uitgebreid en geromantiseerd. Er werden twee vleugels en een traptoren bijgebouwd, waardoor de vlindervormige plattegrond veranderde in een X-vormige plattegrond. Het huis werd voorzien van witte gevels en decoratieve elementen als een wapenschild, bel en bloembakken. De vleugels werden voorzien van wolfsdaken. Opvallend element is het torentje, voorzien van een trapgevel met daarboven een achtkantige rietgedekte spits met windhaan.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het huis door de Duitsers bezet. De geallieerden hebben geprobeerd het huis te bombarderen, maar misten hun doel waardoor het huis gespaard bleef. In 1960 kreeg het huis een bestemming als vakantie- en conferentieoord, met later ook een hotel. Na sluiting raakte het huis in verval. De huidige eigenaar heeft het verbouwd tot het luxe hotel en welnessoord ‘Huize Hölterhof’, waarbij het interieur drastisch is gewijzigd. Authentieke details, zoals oude tegels, een bar, de lambrisering en de open haarden, zijn bewaard gebleven.