Stadhuis

Met het ontwerp ‘In d’oude stad’ won architect Gijsbert Friedhoff in 1928 de ontwerpwedstrijd voor het nieuwe stadhuis van Enschede. Friedhoff behoorde tot de architecten van de Delftse School, een groep traditionele architecten die hun inspiratie haalden uit de Zweedse bouwkunst. Het stadhuis is duidelijk geïnspireerd op het stadhuis van Stockholm van Ragnar Östberg. Vooral de toren komt sterk overeen met dit ontwerp. In 1933 werd het stadhuis in gebruik genomen.

De plattegrond van het stadhuis bestaat uit een vierkant en rechthoek, die door de toren met elkaar verbonden zijn. De toren is 50 meter hoog en heeft een koperen spits, met aan de vier zijden een wijzerplaat met blauwe tegels. De massieve muren zijn opgetrokken in een geelgrijze Waalsteen en geplaatst op een plint van graniet. De kleine stalen vensters zijn met natuurstenen banden omlijst. Het overstekende dak is bedekt met matgeglazuurde Romaanse pannen.

Het stadhuis heeft een ‘administratief’ en ‘representatief’ deel. In de administratieve afdeling met kantoren zijn eenvoudige materialen gebruikt zoals linoleum en tegels. De representatieve afdeling daarentegen is bekleed met luxe materialen, zoals natuursteen en tropische houtsoorten. Hier bevinden zich onder meer de raadzaal, leeszaal, mozaïekzaal en trouwzalen. Veel ruimten verkeren nog in originele staat, maar er is een kleine aanbouw voorzien van een patio met glaswanden aan het stadhuis toegevoegd. Ook de raadzaal is in 2007 onder handen genomen, omdat het aantal raadsleden in de loop der tijd flink is toegenomen. Het nieuwe interieur is ontworpen door IAA Architecten.

Het stadhuis is een echt ‘Gesamtkunstwerk’. Friedhoff ontwierp niet alleen het exterieur, maar ook het interieur met bijbehorend meubilair tot in de kleinste details. Hierin zijn zowel Scandinavische als Art Deco invloeden te herkennen. De stoelen, bureaus, lampen, boekensteunen, gordijnen, prullenbakken en puntenslijpers zijn geproduceerd door bedrijven in Enschede, maar ook door bekende fabrikanten als Thonet en Gispen. Ook de kunstwerken zijn speciaal voor het gebouw ontworpen. In de burgerzaal is een groot glas-in-lood venster te vinden van A.J. Grootens en boven de eretrap bevindt zich een bewerkt paneel van Theo van Reijn. Op dit paneel staat een afbeelding van een bruid en bruidegom onder de Pinksterboog, gedragen door ‘noabers’, een oud Twentse voorstelling. De Mozaïekzaal dankt zijn naam aan een mozaïek van 250.000 steentjes van de kunstenaars Moulin en Bouhuys. Frits J. van Hall ontwierp de windwijzer met Saksisch paard op de toren en de bronzen borstwering van het hoofdbalkon, waarop de geschiedenis van Enschede is verbeeld.

Het stadhuis van Enschede is een belangrijk werk in de geschiedenis van de Nederlandse raadhuisbouw en wordt gerekend tot het belangrijkste werk van architect Gijsbert Friedhoff.