Roomveldje

Begin 20e eeuw was Roombeek een populaire vestigingsplaats voor fabrieken. De Enschedese Bierbrouwer EBB (nu Grolsch), de machinefabriek Thole en de textielfabrieken van de families Menko, Rozendaal en Blijdenstein hadden samen duizenden werknemers in dienst. Voor de huisvesting van het fabriekspersoneel werden naast de fabrieken verschillende buurtjes gebouwd, zoals de Vogelbuurt, de Kroedhöfte, de Schurinksweide en de ‘brouwerijbuurt’. In 1924 werd het ‘Roomveldje’ gebouwd door woningbouwvereniging de Volkswoning.

Het Roomveldje was een bijzonder en markant buurtje met kleine woningen en grote tuinen. De huizen waren gebouwd met eenvoudige metselwerkconstructies en karakteristieke pannenkappen. Voor de jaren ’20 gold het wijkje als voorbeeld voor een goede arbeiderswijk, omdat de huizen relatief veel licht, lucht en ruimte hadden. Het tuindorpje was dan ook zeer geliefd bij de bewoners. Door de vuurwerkramp van 13 mei 2000 raakten de woningen ernstig beschadigd. Na technisch onderzoek werd besloten om het Roomveldje te slopen en enkele woningen te renoveren, ter nagedachtenis aan het oude buurtje.

Voor het ontwerp van het nieuwe Roomveldje werd een prijsvraag uitgeschreven, die werd gewonnen door het architectenbureau Molenaar & Van Winden uit Delft. Het ontwerp is gebaseerd op het oude Roomveldje en is in feite een moderne versie van een tuindorp. Het stratenpatroon is gehandhaafd en in het midden is een blok van vier woningen gerestaureerd, ter herinnering aan het vroegere Roomveldje. Deze woningen worden ook wel de ‘Huizen van de meeste weerstand’ genoemd, omdat zij de vuurwerkramp doorstonden. Rond deze oude woningen zijn nieuwe blokjes van drie of vier woningen gebouwd, geheel in de stijl van het oude buurtje. Aan de rand van het Roomveldje, langs de Roomweg, zijn stadswoningen en een appartementencomplex gerealiseerd. Op deze manier is aansluiting gezocht op de hedendaagse bebouwing van het nieuwe Roombeek.