Rijksmuseum Twenthe

In 1929 werd aan de Lasondersingel het Rijksmuseum Twenthe gebouwd, naar een ontwerp van de architecten Karel Muller en Anton Beudt. Het initiatief voor de bouw van het museum was afkomstig van Jan Bernard van Heek, een fervent kunstverzamelaar. Na zijn overlijden in 1923 zette de familie Van Heek zijn plannen door. Het museum werd na oplevering overgedragen aan het rijk. De heer J.J. van Deinse, een goede vriend van Jan Bernard van Heek, werd aangesteld als de eerste conservator. Het gebouw is ontworpen in traditionalistische stijl en is meerdere malen uitgebreid en verbouwd.

Het museum had oorspronkelijk een vijfhoekige, symmetrische plattegrond met een grote binnenplaats. De gevels zijn opgetrokken in waarin zandstenen kozijnen met glas-in-lood vensters zijn geplaatst. De onderste ramen zijn voorzien van houten luiken. Op het steile schilddak zijn kleine kapellen en een torentje geplaatst. De hoofdingang is gesitueerd in het midden van de zuidgevel en wordt geflankeerd door twee zeszijdige hoektorens. De entree is geplaatst in een rondboogportiek met bovenlicht, omlijst met zandstenen blokken. De oostgevel wordt doorbroken door een drietal spitsbogen met dwars geplaatste zadeldaken.

In 1937 werd aan de achterzijde van het museum, aan de Vluchtestraat, het ‘Erve Groot Bavel’ herbouwd, naar plannen van Beudt. Deze Saksische boerderij is een zogenaamd ‘lös hoes’ uit 1540 en is afkomstig uit De Lutte. In 1953 werd het museum uitgebreid met een vierkante aanbouw in het verlengde van de westgevel. Hierdoor ontstond een tweede binnenplaats. Deze aanbouw heeft massieve bakstenen gevels met siermetselwerk. In 1978 werd het gebouw opnieuw uitgebreid aan de Borgerstraat, naar een ontwerp van Joost Cannenieter. Deze structuralistische bakstenen aanbouw heeft de verschijningsvorm van een burcht.

In 1995 onderging het museum een grootschalige verbouwing, waarbij onder andere een nieuw restaurant en een overkapping van de tweede binnenplaats werden gerealiseerd, naar plannen van Ben van Berkel. Van Berkel overdekte de binnentuin met een lichtkap waarin klimaatinstallaties zijn verwerkt. Door deze overkapping is de tentoonstellingsruimte vergroot. Ook is er op de grote binnenplaats een losstaand gebouwtje geplaatst, dat voor verschillende doeleinden kan worden gebruikt. Voor de entree is een betonnen entreepad met balustrade gerealiseerd. De hoekige architectuurstijl van Van Berkel is door landschapsarchitect Lodewijk Baljon doorgezet in het ontwerp voor de beeldentuin.

Het museum is in 1994 verzelfstandigd en overgegaan in een stichting. Tijdens de vuurwerkramp op 13 mei 2000 raakte het gebouw zwaar beschadigd. Na herstelwerkzaamheden werd het in april 2002 heropend. In het lös hoes is een permanente expositie over de vuurwerkramp te zien.